|
Dat ene kind, dat zich terugtrekt in zichzelf en niet tot spelen komt zit in misschien wel elke klas. Hoe geef je dat kind vertrouwen, dat het kan gaan spelen? En gelden misschien dezelfde dingen voor het kind dat over de vloer gaat dweilen en door het dolle heen raakt?
Hieronder suggesties:
Vertrouwen dat het kind de opdracht aankan:
Is de opdracht voldoende gestructureerd/gesloten om die veiligheid te bieden?
Is er iets vooraf geoefend of gedemonstreerd, zodat er eigenlijk geen technische drempel meer is?
Vertrouwen door de sfeer in de klas/subgroepjes:
Zet het kind naast een vriend/vriendin.
Geef een subgroepje even extra begeleiding, zodat het kind meer houvast heeft aan zijn/haar rol.
Laat in zijn algemeenheid alleen positief commentaar geven: wie kan zeggen wat deze groep goed deed?
Wees streng wanneer er opmerkingen op de rand van pesten of in de concurrentiesfeer gemaakt worden: dat soort dingen zeggen wij hier niet.
Zou een opdracht zó in elkaar kunnen zitten, dat er niks fout gedaan kan worden en alles eigenlijk goed/goed genoeg is?
Doe in de warming-up/inleiding spelletjes, die spontaniteit bevorderen.
Kan een kind ook een andere rol hebben, bijvoorbeeld assistent-regisseur (mag “freeze” roepen in een tableau-les bijvoorbeeld)?
Kijk ook eens bij bij achtergronden naar het stuk over spontaniteit.
Sommige kinderen kiezen voor eerst wat teruggetrokken waarnemen vóór ze actief mee willen doen --- dat is een zijnswijze die ook positieve kanten heeft, al wordt deze op dit moment maatschappelijk niet echt gewaardeerd. Kan je onderscheid maken tussen bijna onzichtbaar meegenieten en angstig in je schulp kruipen?
|