|
Op dit moment kennen we twee echte methoden, een invoeringsprogramma voor groep 1 t/m 4, en een methode voor rollenspel met kleuters:
Paula van Abeelen, Dieneke van Waveren: Petje af voor hoedje op, een dramamethode voor de basisschool. Uitg.: Kreater, Centrum voor Kunsteducatie, Haarlem 1999. ISBN: 90-805125-1-6.
Centraal staat het ontwikkelen van de fantasie met een doorlopende leerlijn in het ontwikkelen van spelvaardigheden rond de W’s: Wie, Wat, Waar, Wanneer, Waarom. Daarbij worden de kerndoelen uit 1998 gerealiseerd. De methode geeft 15 lessen voor groep 1/2, 15 lessen voor groep 3, 13 lessen voor groep 4, 10 lessen voor groep 5, 12 lessen voor groep 6, 10 lessen voor groep 7 en 10 lessen voor groep 8. Alle lessen zijn zeer uitvoerig beschreven, en er zijn schema’s bijgevoegd om de methode op een school stap voor stap in te voeren. Ook voor speciaal onderwijs is een aparte leerlijn beschreven. Hoewel de methode op zichzelf (één deel) heel goedkoop is, moet rekening worden gehouden met het samenstellen van een dramakist met verkleedspullen en rekwisieten, èn de aanschaf van de 16 kinderboeken waarop de lessen zijn gebaseerd. Daardoor zullen de kosten van beide methoden elkaar niet veel ontlopen.
Gerda van Rijn-Kuijlenburg, Saskia Verwaayen en Leo van der Wouw: Moet Je Doen, expressieactiviteiten in de basisschool, Drama. Uitg: Meulenhoff Educatief, Amsterdam, 1998. ISBN 9028022171.
Kenmerk van de methode is de laagdrempeligheid: vanuit de uitgebreid beschreven lessen zou iedere leerkracht deze vrijwel direct moeten kunnen geven. Er wordt een afwisselende veelheid aan aantrekkelijke spelvormen en thema’s aangedragen. Laagdrempeligheid heeft een enkele maal als nadeel, dat ook de leerkracht net te weinig achtergrondinformatie krijgt om kwaliteit te genereren. Voor groep 1 t/m 3 zijn er ieder 20 lessen, voor groep 4 t/m 8 ieder 15. De methode is uitgesplitst over 8 boekjes. Ook deze methode vraagt om een beperkte dramakist met verkleedspullen en rekwisieten.
Er is door de steunpunten kunsteducatie in Noord-Holland aanvullend materiaal ontwikkeld voor de invoering van Moet Je Doen Drama. In de eerste plaats zijn er overzichten van de inhoud. Daarnaast is er een overzicht, waarbij de leerlijnen per bouw niet meer onder elkaar staan (waardoor de ontwikkeling door de jaren eigenlijk niet goed zichtbaar wordt), maar naast elkaar zijn gegroepeerd. Tenslotte is er de ervaring, dat Moet Je Doen door zijn laagdrempeligheid zowel de kinderen als de leerkrachten niet echt helder de sleutels voor spelkwaliteit in handen geeft, nl. bewustzijn van het dramatisch conflict en bewustzijn van het belang van (karakter)eigenschappen bij rollen. Bij de invoering zie je in de praktijk vooral groep 4 en 5 veel ontsporen in het maken van toneelstukjes die voornamelijk bestaan uit gevechten en achtervolgingen. Daarom is er een schema voor toneelstukjes ontwikkeld, waarin deze elementen helderder benoemd worden, dat in een nascholings- of invoeringsprogramma gebruikt kan worden.
- lessen per groep - lessen per spelvorm - leerlijnen naast elkaar - schema van een toneelstukje
Loes Bastiaansen, Jacqueline ten Cate, Rineke Vonk, Japke Schonewille: Drama werkt, spelen met prentenboeken. Uitg. Kunstweb, Amsterdam.
De schrijvers geven aan, dat ze dit boek gebruiken als invoeringsmethode drama voor groep 1 t/m 4. Boek en video. Rond zes prentenboeken worden steeds 4 lessen voor groep 1/2 en 4 parallel lopende lessen voor groep 3/4 beschreven. Een aantal steunpunten kunsteducatie in Noord-Holland heeft projectkisten in de uitleen rond dit boek.
Annemat Collot d´Escury-Koenigs: Het Blauwe Boek, rollenspelletjes voor kleuters.
In dit boek wordt een in thearapiesituaties ontwikkelde methode beschreven, waarbij jonge kinderen aan de hand van platen gevoelens leren benoemen. Vanuit deze kennis kunnen ze rollenspelen spelen, waarin het hanteren van gevoelens en conflictsituaties centraal staat. Interessant detail is, dat naast de vier bekende B’s (Blij, Boos, Bang, Bedroefd) er nog drie andere gevoelens benoemd worden: jaloers (dè kleuter-emotie in veel conflictsituaties?), gelukkig/dromerig en verbaasd. Vooral verbaasd is in rollenspel een waardevolle toevoeging: verbazing is vaak de schakel, de overgang tussen twee emoties. Bijvoorbeeld: ik was blij, toen gebeurde er iets (=verbaasd), en toen werd ik verdrietig. Verbazing is acteertechnisch de sleutel voor die overgang.
Hoewel ze niet direct een methode zijn, beschrijven de boeken rond dramacomposities wel een vorm van methodisch werken.
|